Van torpedoboot tot kajak
Een werkplaats voor torpedoboten uit 1953, sinds 2003 bewoond.
Wonen in een oude loods: de Torpedohallen in Kopenhagen
Anders naar architectuur kijken. Andere architectuur bekijken. Architectuur anders in beeld brengen. Ik trok er dit jaar voor naar het noorden.
Een van de bezochte projecten bevond zich in de oude marinebasis in Holmen, in de haven van Kopenhagen. De Torpedohallen waren eens een werkplaats voor torpedoboten van de Deense zeemacht. Tegnestuen Vandkunsten behield de bestaande structuren maximaal en bracht er nieuwe woningen in onder.
Ondertussen staat dit project er alweer ruim 20 jaar. In weer en wind, uitkijkend over het water.
Wanneer je er vanuit Nyholm aankomt doet niets vermoeden wat je binnenin te zien krijgt. Het eerste wat je ziet zijn de oude betonnen structuren met de alomtegenwoordige fietsen. En de uitspringende balkons van de bewoners.
Eens binnen wordt jouw blik onmiddellijk getrokken naar de helling waar vroeger de torpedoboten te water werden gelaten. Het zijn nu trappen waarlangs je het water in kan wandelen. “Papaaa … ik ben even weg met de kajak!” Ik hoor het mijn zoon zo roepen.
Het zilte zeewater dat klotst tegen de betonnen kades. Via de stalen trappen en loopbruggen kom je bij de woningen. Hier en daar een zithoekje. Klimop die de strenge structuren van staal en beton verzacht. En ook van binnenin altijd zicht op het water. En dan de totale afwezigheid van auto’s. Die staan onderin weggeborgen.
We liepen er een half uurtje rond en ik maakte er deze film van.
50 jaar militaire geschiedenis werd 23 jaar geleden helemaal aangepast aan een nieuwe toekomst. In welke 50 jaar oude loods zie jij jezelf over 20 jaar wonen?
14 jaar na mijn eerste architectuurreis was de bestemming dit jaar Kopenhagen. Brent en Amélie zorgden voor Architectuurwijzer voor de vijfde reis op rij voor een interessant programma. Dit jaar was het een mix van klimaatadaptieve landschappen, verschillende woonvormen, duurzame stedenbouw en transformatie.
Van “of” naar “én”
Het kantoor van Archiles in Geel
Als fotograaf en videograaf in de wereld van bouw en architectuur heb ik al heel veel en zeer diverse projecten in beeld gebracht. De schaal gaat van tiny house tot ziekenhuiscampus. Residentieel, onderwijs, kantoor, zorg, de ene keer perfect afgewerkt, een andere keer nog volop in opbouw. De variatie binnen één groot thema zorgt voor afwisseling en uitdaging.
Doorheen de jaren is daar ook een grote diversiteit aan opdrachtgevers binnen één project bij gekomen. Hoe langer hoe meer breng ik projecten voor verschillende opdrachtgevers tegelijkertijd in beeld. Logisch ook want bouwen is zowel in proces als eindresultaat teamwerk waarbij kwaliteit, efficiëntie en budget in balans moeten zijn.
En dat zie ik ook terug wanneer klanten me aanspreken met de vraag om hun project in beeld te brengen. Vroeger ging ik op pad voor de architect, een aannemer of een fabrikant van buitenschrijnwerk. “Of” heeft doorheen de jaren plaats geruimd voor “én”.
Ik trok onlangs naar Geel voor Corswarem en ging voor hen op zoek naar beelden die het buitenschrijnwerk in al zijn kwaliteiten in beeld brengen. Ze kozen voor beelden die functioneel, esthetisch en helder zijn en zo het product overtuigend kunnen verkopen. Uit dezelfde reeks selecteerde ontwerpend architect en bouwheer Archiles beelden die sfeer en beleving ademen en de wisselwerking tussen binnen en buiten in beeld brachten.
De ene keer weet ik vooraf dat ik voor meerdere partners tegelijkertijd op stap ga, de andere keer niet. En doorheen de opdracht - of zelfs nadien - komen er soms nog partners bij.
Ook dat houdt het voor mezelf afwisselend. Wanneer ik het vooraf weet, fotografeer ik gericht voor elke deelnemer. Iedereen heeft nood aan andere zeer specifieke beelden. Maar elke reportage is sowieso al een combinatie van overzichts- en detailbeelden die voor mijn opdrachtgever nuttig kunnen zijn, aangevuld met sfeer- en detailbeelden die ikzelf boeiend vind. De perfecte afwerking kan mijn aandacht trekken, de combinatie van materialen of een interessant doorzicht.
Bouwkundig ben ik niet technisch onderlegd, maar na al die jaren voel je ook aan waar de uitdagingen in een project zitten. De ene keer is dat esthetisch, de andere keer is dat ontwerpmatig, maar het kan ook echt structureel zijn. In twee decennia heb ik een hoop technische bagage vergaard. Ik zou een architect niet aanraden me op dat vlak veel verantwoordelijkheid te geven, maar het helpt wel de juiste beelden te zien of op een onbewust niveau aan te voelen.
Wanneer late instappers dan de previews bekijken en er een selectie uit kunnen puren die voor hen echt bruikbaar is, voelt het altijd als een kleine overwinning. Net omdat ik niet wist op welke details ze mogelijk zouden letten. Dat ze die toch terug kunnen vinden in de beelden die ik maakte, voelt als een stilzwijgende erkenning van mijn kijk op de wereld van bouw en architectuur.
“Sweet shift - From factory to festival”
Al vele jaren maak ik deel uit van het mediateam van Suikerrock. Tegenwoordig niet meer voor beelden die in de dagen van het festival zelf overal te zien zijn, maar in de eerste plaats voor de organisatie van het festival zelf.
Voor de eerste categorie laat ik het over aan de jonkies. Ik voel me op mijn vijftigste niet oud, maar het is een rush en ritme dat niet bij mijn werk als architectuurfotograaf past. Ze kijken met een jonge blik naar de muziekwereld en toveren ruwe beelden in een mum van tijd om naar aantrekkelijk festivalmateriaal in foto en video voor alle mogelijke kanalen.
Zelf zorg ik voor zowel heel praktische beelden als beelden met een commerciële insteek. Mijn foto’s en clips dienen voor de evaluatie van het meest recente festival; opstellingen op het terrein, bezoekersstromen, … En ze worden ingezet voor de praktische en commerciële organisatie van de volgende editie.
Het festival is tegelijkertijd ook mijn visuele speeltuin en laboratorium. Ik deed er nu vooral video-experimenten op het terrein en dook in een associatieve montage voor dit eindresultaat.
Suikerrock editie 2026 werd in deze montage het festival dat langzaam maar zeker de terreinen van Tiense Suiker overnam. Als een tijdelijke stad die ergens oppopt. Het is een intense periode waarbij een jaar van voorbereiding zichtbaar wordt om daarna in alle stilte weer te verdwijnen.
Het is een wereld die ik goed ken omdat ik mijn vrije tijd - lang geleden - als jobstudent doorbracht tussen tentenbouwers en de podiumbouwers van Stageco. De opbouw is altijd weer even back in memory-lane en een vaststelling dat alles nog hetzelfde is maar ook niets meer. Op het vlak van veiligheid is er geen vergelijking tussen 1995 en 2026.
Deze korte film is mijn blik op de opbouw van een festival in eigen stad. Vol verwondering voor het werk dat een team van 1000 mensen verzet om tienduizenden mensen een fijne muzikale driedaagse te geven. Onder deze montage paste voor mij ook deze song perfect. Omdat Arsenal muziek brengt waar ik zeer graag naar luister. Omdat het concert dat Arsenal gaf op Suikerrock, voor mij het beste en meest veelzijdige was van het hele weekend. Maar vooral omdat de sfeer van de muziek voor mij helemaal past bij de beelden die ik er draaide.
“Sweet Shift - van fabriek tot festival”.
Een project met de seizoenen.
Zomer in Domein Nieuwenhoven
De natuur verandert doorheen het jaar, en daarmee ook het gevoel dat we hebben bij een plek. Architectuur wordt ontworpen en gebouwd om ergens jaar in jaar uit te staan. Onveranderlijk. Als beschutting tegen regen en wind. Als bescherming tegen de zomerzon. Om mensen onderdak te bieden als tijdelijke bezoeker of permanente bewoner.
Maar is het wel echt zo dat architectuur onveranderlijk is? Ik besloot het te onderzoeken in mijn persoonlijke project over Domein Nieuwenhoven.
Dialoog tussen natuur en architectuur
Dit eens zo uitgeleefde domein werd door Nu architectuuratelier, Buro Landschap en Dethier hertekend en herwerkt tot een fijne plek. Centraal kwam er een paviljoen, zwevend boven het water. Architectuur die uitblinkt in soberheid. Geen zie-mij-hier-staan! - project maar eentje dat opgaat in de omgeving. En wanneer het moment daar is ook weer helemaal kan verdwijnen zonder één spoor achter te laten. De natuur eromheen spreekt het hele jaar door waardoor het project ook helemaal niet zo statisch is als het lijkt.
In mijn project Nieuwenhoven volg ik het domein het jaar rond. Vorige week was ik er op een zomerse dag die heel zonnig en windstil begon. De schaduwen van de planten bewogen amper, ze leken wel als behangpapier aangebracht op de muren. Mensen komen er tot rust terwijl de natuur rustig z’n gangetje kan gaan. In goede banen geleid door de medewerkers uiteraard.
Volgende keer dat ik er kom, krijg ik weer een nieuwe ervaring, ook al was ik er intussen al een paar keer. Het is er telkens hetzelfde maar toch ook niet. Het is er telkens anders, maar toch ook niet. Nu, Buro Landschap en Dethier maakten er een mooie dialoog van tussen natuur en architectuur waarbij de mens slechts een toevallige passant is in een immer veranderende omgeving.
Als je nog een bestemming zoekt, ga er dan zeker een keertje langs. Je kan er heerlijk wandelen in de omliggende bossen en genieten van de natuur.
Doorzicht
The Photographer's Cut van Posthofbrug
Ik werk graag in de stedelijke context, omwille van de omgeving en de beperkingen die dikwijls een troef worden. Ontwerpen voor de stedelijke context, en zeker op een kruispunt van mobiliteit als de Posthofbrug, moet ook boeiend zijn. En uitdagend.
Ik werd door Corswarem naar het Posthofbrug-project gestuurd om beelden te maken van het buitenschrijnwerk. Een keuze is altijd een combinatie van esthetiek en functionaliteit. In mijn beelden zoek ik er ook altijd naar hoe ik beide kan verbeelden in 1 beeld. Het project werd gefotografeerd zowel langs de zijde van het station als vanop de grote verkeersassen. En zoals steeds werden overzichtsfoto’s aangevuld met sfeer- en detailbeelden.
Tijdens mijn opleiding bij Syntra in Berchem intrigeerde het gebouw me al. Ik passeerde het gedurende een jaar wekelijks langs beide zijden. Ik besloot dan ook al snel dat dit het ideale moment én het ideale excuus was om er in video mijn persoonlijke blik op te geven.
Posthofbrug, gezien tussen spoor en ring
Het gebouw, met Berchem-station als voornaamste buur, toont zich fragmentarisch of in zijn volle glorie vanuit de verschillende windstreken. Er is een veelheid aan wegen voor gemotoriseerd verkeer en zwakke weggebruikers en geluid is alomtegenwoordig. Gelukkig heb ik de afgelopen 15 jaar geleerd om gebouwen en hun context te lezen. En kan ik me intussen ook al wat verplaatsen in de ontwerpfilosofie van de architect. Ik besloot me dan ook te focussen op de ritmische, visueel doorwaadbare plint als zachte grens tussen publiek en privé en op glas als barrière voor geluid maar niet voor het zicht op de buitenwereld.
Dit is the photographer’s cut van Posthofbrug, een boeiend project van POLO. gezien door mijn ogen. Ik ben benieuwd hoe je dit als kijker ervaart. Maar ik ben er minstens even nieuwsgierig naar of de ontwerpers zich in mijn interpretatie kunnen vinden. Laat het me gerust even weten.
Eén van de vele gezichten van Posthofbrug
De steengroeve en het bos
Estádio Municipal de Braga, een ontwerp van Eduardo Souto de Moura
Spanje is wereldkampioen! Maar of het nu Spanje of Frankrijk, Mexico of België was geweest, het had me evenveel - of even weinig - beroerd. Ik heb niets met voetbal.
De keren dat ik een voetbalstadion van binnen heb gezien, kan ik op twee handen tellen. Ik was een paar keer in het Koning Boudewijnstadion waar ik wereldsterren als Bruce Springsteen en U2 bewonderde. Ik bouwde ooit in De Kuip in Rotterdam met Stageco aan het podium voor Michael Jackson. Dat lijkt alweer een eeuwigheid geleden. Maar ik stond toch maar mooi op het podium van The King of Pop. Het stadion als muziekarena ken ik, als voetbaltempel daarentegen …
En mijn meest recente bezoeken aan het stadion van SC Braga, bijgenaamd A Pedreira of De Steengroeve, en Stade Atlantique, de thuishaven van Bordeaux, dateren alweer van een tijd geleden. Daar was ik niet omwille van de sport, wel dankzij de architectuur.
Twee stadions, twee reizen, twee totaal verschillende ervaringen
Het logo van Architectuurwijzer in het stadion van Herzog & de Meuron
Het bos en de bomen
Tijdens de reis naar Bordeaux met Architectuurwijzer, brachten we een bezoek aan het stadion van Herzog & de Meuron. Een enorme arena voor 42.000 toeschouwers. Helemaal wit met evenveel ruimtegevoel (en méér zicht) onder de tribunes als erin. Toegegeven, als je daar als voetballiefhebber zit en jouw ploeg is aan de winnende hand, het moet een indrukwekkend gevoel zijn als het halve stadion aan het juichen gaat.
Als fotograaf was het evengoed onmogelijk om niet overweldigd te zijn. Maar dan door de vele visuele prikkels die je er krijgt en het eindeloos aantal beelden dat je er kan schieten. Grafische details, weidse zichten en boeiende doorzichten wisselen elkaar moeiteloos af. Het is er ook helemaal niet moeilijk om het bos tussen de bomen te zien. Een bos van palen in dit geval. Met een rijke humuslaag van beton als sokkel die de toeschouwer uitnodigt tot de heilige grasmat.
Beton en rotsen
Helemaal anders maar niet minder indrukwekkend is het ontwerp dat Eduardo Souto de Moura maakte voor het stadion van SC Braga. Ingeschoven tussen de rotsen van een oude steengroeve. Ik bezocht het dankzij Geert De Neuter tijdens een reis met de studenten Ingenieur-Architectuur van de KU Leuven.
Ook daar moet het machtig zijn om te zitten tijdens een wedstrijd, maar ik denk dat ik er zelf voortdurend afgeleid zou zijn door het zicht boven één van de twee goals. Aan de ene kant kijk je op de rotsen, aan de andere kant is er het zicht op de stad. Twee tribunes dus en niet rondom zoals anders. De overkappingen worden met elkaar verbonden door een dak van staalkabels waarvan je je afvraagt wat er zou gebeuren wanneer je ze weghaalt. Ze lezen als een notenbalk, het lijken snaren van een instrument dat wacht om bespeeld te worden. David Gilmour zag ik in het historische decor van de Grote Markt in Tienen. Wat een ervaring moet het zijn hem in Braga te zien tegen de rotsige achtergrond!
Twee tribunes en het zicht op de rotswand in Braga
Onder het stadion en de grasmat zitten de circulatieruimten voor de toeschouwers. Met ook daar een eindeloze variatie aan doorzichten en details. Maar van een heel andere sfeer met grijs en granietgrijs als overwegende kleuren. Daglicht spoelt de ondergrondse ruimtes overvloedig binnen en maakt de contrasten in textuur zichtbaar. In fotografie moet je kiezen tussen de details van de duisternis en de details van de helderheid. Ik koos voor het licht dat de architectuur zichtbaar maakt. De scherpe lijnen van beton gaan in dialoog met de grillige vormen van de rotsen.
Aan de buitenkant word je getrakteerd op een strak ritme van uitkragende bordessen en cirkelsegmenten. Elke stap onthult een nieuw beeld.
Licht en (de afwezigheid van) kleur
Beide stadions zijn monochroom in hun verschijning, elk met een klein kleuraccent. Rood in Braga, blauw in Bordeaux. Zelfs de zon speelt het spel van de fotografie mee alsof de wereld een gigantische studio is. Het harde, gerichte licht doet het wit in Bordeaux leven, het zorgt voor een spel van licht en schaduw. Daartegenover staat het diffuse licht van een enorme softbox in Portugal. En het beton reflecteert weinig licht waardoor het de contrasten tussen licht en schaduw ongewild opvoert.
Neen, het genot van het spelletje ontgaat me volledig, maar een bezoek aan een architectuurparel sla ik nooit af.
Een bos van palen, een spel van licht en schaduw
Bekijk de foto’s via onderstaande link: